|
Vervolg van de reis in Nieuw Zeeland 1997
Vrijdag 8 augustus.
Om kwart voor zes staan we op en vertrekken bijna gelijk naar het vliegveld. Daar staat
een mooi beschilderde boeing voor ons klaar. De Nalanji-dreaming, een blauw vliegtuig
vol met aboriginal tekeningen, zit helemaal vol. Omdat we sterke tegenwind hebben doen
we er 5 uur over voordat we in Cairns aankomen. Maar het uitzicht boven het Great
Barrier rif is geweldig! Lange rijen voor de douane. Daar tussendoor
begeeft zich een cameraploeg. Later horen we dat er deelnemers aan de eco-challenge bij
ons in het vliegtuig zaten. Dit evenement wordt helemaal door Discovery opgenomen.
Gelukkig gaat het erg snel bij de douane. Ons paspoort gaat door een streepjescode
lezer en op het scherm verschijnt dat we een visum hebben.(ETA)
De tassen komen als een van de laatste van de band, maar ze worden niet gecontroleerd.
Ook niet de tas van Rob. Het duurt even voordat onze auto er is , maar dan hebben we ook
wat ! Een Ford Explorer, een erg luxe 4WD. Alles is automatisch, niet alleen de ramen en
de versnellingsbak maar ook de 4WD, bovendien zit er cruisecontrol op. Deze auto kost
in Nederland fl 95.000,=. Eerst een cruise geboekt en dan op zoek naar een motel. Het
wordt Queens Court een nieuw motel, voor weinig geld hebben we een 'family'room met
ontbijt. Lekker even zitten bij het zwembad en dan naar Georges de Griek.
Zaterdag 9 augustus
Ontbijt in het hotel en dan naar de pier, waar aan de A-finger onze boot al klaar ligt.
Onderweg naar het rif zien we onze eerste bultrug. Eerst varen we naar het Saxon reef.
Daar hebben Rob en Tom gedoken terwijl vanaf de boot de vissen werden gevoerd. Daarna
naar het Norman reef waar we weer een heel ander soort rif en andere vissen zien. Het
snorkelen is fantastisch. Terug in Cairns hebben we nog wat kaarten uitgezocht met
afbeeldingen van de vissen die we hebben gezien. Toen was het tijd voor een verfrissende
douche in motel Queens Court. Om een volmaakte dag af te ronden gingen we eten bij de
chinees. Het restaurant zag er luxe uit maar het was duidelijk dat ze er zoveel mogelijk
klanten wilden hebben op een avond. De soep werd niet tegelijk gebracht. En voordat de
laatste de soep op had stonden ze al klaar met het hoofdgerecht. Maar ons kregen ze niet
zo snel weg....
Zondag 10 augustus.
Na het ontbijt in het hotel nemen we afscheid van Cairns. Vrolijk zwaaien we naar Captain
Cook die met een soort hitlergroet ver boven de straat uitsteekt.
Met onze Ford Explorer laten we de kust achter ons en trekken de bergen van het regenwoud
in. Bij Kuranda nemen we een binnenweg. Plotseling mogen we niet verder op deze weg. Dan
maar afslaan richting Mona Mona. Dat stelt niet erg veel voor. Er staan wat verwaarloosde
woningen en hier en daar zwaait er een Aboriginal naar ons. Op de gok slaan we links af.
Na ruim een uur rijden over een slechte weg komen we in .... Kuranda. Daarom besluiten
we de kustweg te nemen naar Mosmann. Een korte uitstap naar de Mosmann Gorge wordt nog
korter als blijkt dat het er vreselijk druk is. Na een blikje fris rijden we verder
naar de Daintree rivier. Daar moeten we met een pont oversteken. Bij Cape Tribulation
werd de weg zo slecht dat er alleen nog 4WD auto's en Toyota Corolla's konden rijden.
De rally naar Cooktown hebben we dik gewonnen. We hebben verschillende auto's ingehaald
en wij kwamen niet vast te zitten in kleine beekjes, zoals anderen wel presteerden.
Ineens kwamen we langs een vreemde zwarte berg. Het is niet bekend hoe er hier tussen
de rode zandgrond ineens een van zwarte granietblokken opgebouwde berg is ontstaan.
In Cooktown is niet zoveel, dus stoppen bij een motel met restaurant en zwembad. Even
lekker gezwommen en toen naar het restaurant.
Maandag 11 augustus
Eerst rijden we door de drukke straten van Cooktown naar Grassy Hill, een heuvel waar je
een mooi uitzicht hebt over de omgeving. De rivier Endeavour is genoemd naar het schip
van Cook dat hier in 1770 is gestrand. Vanaf de heuvel zie je deze rivier met zijn monding
goed liggen.
Vroeger brandden de Aboriginals de heuvel af zodat er fris gras begon te
groeien waar de wallaby's dan op afkwamen en zo een makkelijke prooi vormden. Nog een
laatste blik op de vuurtoren en dan weer naar beneden om de stad te bekijken. In het
centrum staan nog wat oude gebouwen zoals bijvoorbeeld het postkantoor. Naast het
postkantoor staat een boom vol met boodschappen en advertenties. Zo staan er puppies
te koop, is er een dansavond en wordt iedereen uitgenodigd voor de begrafenis van Bob
vanmiddag om twee uur. Dan zijn wij er niet meer, jammer. Langs een woud van spookachtig
witte bomen rijden we via de Battlecamp road naar Laura. Na uren rode stof happen en
hekken openen, komen we bij horseshoe lagoon, een fris watertje vol met koeien en vogels.
Het water is echter niet zo schoon dat we zelfs in kunnen om ons te verfrissen. Net
voor Laura is er een roadblock van de DPI. Ze willen voorkomen dat de papaya fruitvlieg
zich over heel Queensland verspreidt. Omdat dit niet zo'n drukke weg is, staat er alleen
een auto met daarnaast twee camperende ambtenaren. Gelukkig hebben we geen fruit mee,
want hoe zouden we zo'n strenge controle hebben moeten ontwijken? Het enige
bezienswaardige punt op de weg vandaag, is een Aboriginal heilige plaats: Split Rock.
Zo genoemd naar de gespleten rots bij de ingang, maar beroemd om zijn tekeningen.
Via een stoffige weg gaan we naar het zuiden. Uiteindelijk stoppen we in Atherton bij
Motel Hinterland, waar we de volgende ochtend door de vogels worden gewekt.
Dinsdag 12 augustus
Na het ontbijt eerst naar de winkel om een nieuwe zonnebril voor Tom te kopen. Dat was
nodig omdat hij er gisteren op was gaan zitten. Daarna gaan we via Highway 1 de outback in.
Highway 1 is nou niet bepaald een mooie weg. Er ligt een strook asfalt met aan beide
zijden gravel. Zolang je niemand tegenkomt dus geen probleem. Maar kom je wel iemand
tegen, dan moet je allebei het gravel in. Roadtrains hebben echter altijd voorrang en
gaan geen centimeter van de weg af. Als de weg een stukje breder is komen we een veel
professionelere roadblock van de DPI tegen. Deze mevrouw gelooft niet direkt dat we
geen fruit mee hebben en wil bij de bagage kijken. Zelfs het dashboardkastje moet
even open. Aangekomen bij Undarra bleek de 2 uur tour helemaal vol te zitten. We konden
nog wel met de halve dag tour mee. Maar omdat we dan nooit meer voor de avond in de
bewoonde wereld konden komen moesten we er gelijk een slaapplaats bij boeken. Om het
helemaal mooi te maken namen we ook alle maaltijden erbij zodat we gelijk voor de
lunch konden aanschuiven. De Kookaburra is ook op hoogte van de etenstijden. Hij zit al
te wachten en als iemand even niet oplet pikt hij zo het eten van zijn bord.
De tour is erg interressant, we volgen akela Val Speedie die erg veel weet te vertellen
en soms zelfs erg geestig is. Als de avond valt gaan we eten in de restauratiewagon. Het diner was in buffetstijl.
Eerst moesten we zelf soep halen bijna kregen we die over ons heen gegooid door een kok) en het
hoofdgerecht bestellen wat dan op random nummer werd klaargemaakt. Wij hadden nummer 37
en het was maar goed dat er koudhouders om onze bierblikjes zat want dat was zo'n beetje
het laatste nummer. Na het eten zijn we naar een lookout gelopen in het donker en zonder
zaklamp... Het enige wat je kon zien in de wijde omtrek waren de lichtjes van het kamp.
En het enige wat we hoorden waren de liedjes bij het kampvuur. Nog een Vee Bee aan de
bar en toen onder de wol in ons rijtuigje.
Woensdag 13 augustus
Als we net wakker zijn springen de wallaby's langs onze wagon. Tijd dus voor een korte
fotosafari. Intussen was het kampvuur warm genoeg om te ontbijten. De Billytea was al
gezet, en hing samen met het koffiewater (voor de oploskoffie) in het vuur. De toast
moesten we echter nog zelf roosteren. We zeggen de Kookaburra gedag en gaan op weg naar
Townsville. Op de stoffige binnenweg komen we van alles tegen. Veel koeien, rode kangaroo,
grijze kangaroo, verschillende roofvogels en echte cowboys van een cattlestation die op
een quad vee opdrijven. Aan het eind van de reis komen we in Townsville aan. Daar nemen
we een kamer in het Hi Roller Motel. John en Bev zijn er niet meer, maar de prijs is
nog steeds aantrekkelijk. Rob heeft de goede kamer gekozen, hij heeft namelijk
afstandsbediening voor de tv. Na even rustig bij het zwembad zitten gaan we eten bij
Sateh Mas. De zaak is een stuk groter geworden en ze serveren nu ook Chinees naast
Maleis voedsel. Wij kiezen toch voor Maleis, maar we krijgen wel stokjes!
Donderdag 14 augustus
Vandaag een rustdag. Lekker met de veerpont naar Magnetic Island. Er is een zonnige dag
voorspeld, maar dat is het dus duidelijk niet. Het is zwaarbewolkt en er staat een fris
windje. De boottocht is dan ook koud maar gelukkig kort.
Als we op het eiland aankomen huren we een moke waarmee we naar het fort rijden, om daar
een wandeling te maken. Tenslotte is het nu nog niet zo warm, maar als vanmiddag de zon
komt.....Bij het fort uit de tweede wereldoorlog zien we onze eerste wilde koala's.
Nou ja , wild? Ze zitten rustig in de boom zoals koala's altijd doen. Eten en slapen,
wat een leventje.
Als we op het strand aankomen is het nog steeds geen mooi weer en het water is ook te
koud om te zwemmen. Dus gaan we naar Geoffry Bay voor een rifwandeling.
Als we het hele eiland over zijn gereden is het nog steeds bewolkt en beginnen we het
koud te vinden. We bekijken nog wat winkeltjes en kopen een paar souvenirs en dan
stappen we roodverbrand (ondanks de bewolking) op de boot terug. Van ons vorig bezoek
aan Townsville wisten we nog een goede Italiaan. Het eten was nog steeds erg lekker.
Alleen wisten we niet meer dat het er zo goedkoop was !
Vrijdag 15 augustus
Na het ontbijt naar het zuiden, omdat we ook nog naar de walvissen willen kijken.
Ongeveer 300 kilometer komen we niets tegen. Borden waarschuwen dat je moet stoppen
als je vermoeid bent. DRIVE , REVIVE , SURVIVE
We rijden over de grootste brug van het land. En we stoppen bij een lookout voor een
mooi uitzicht. Als we na een saaie rit aankomen in Arlie Beach lukt het ons om een
whale cruise te boeken. Dan kunnen we op zoek naar een leuk motel. Het wordt de Island
Inn. Het zwembad is wat koud , maar wel te doen voor stoere mannen. Vanaf ons balkon
kijken we op de door de eigenaar aangeplantte fruitbomen. Vlak onder onze kamer
staat een papaw met nu nog grote groene vruchten. Ook zien we bushturkey's lopen die op het fruit uit zijn.
'sAvonds eten we in het restaurant van het motel. Frank, de eigenaar, is ook de kok.
Gelukkig maar want anders bleef hij aan je tafel staan ouwehoeren tot je doof was.
Het knoflookbrood was een eigen recept en leek eigenlijk meer op een hartige taart,
maar het was ongelofelijk lekker.
Zaterdag 16 augustus
Vroeg op en vol verwachting naar de haven. Daar blijkt dat de cruise niet om acht
uur vertrekt maar pas om half negen. En dan gaan we ook nog eerst naar Hamilton
Island om daar nog wat mensen op te pikken. Maar dan gaan we echt op jacht en al
snel zien we de 'blow' , het blijken drie volwassen humpbacks te zijn. Na enige
tijd besluit de bemanning op zoek te gaan naar andere walvissen en wat we vinden
is prachtig : een moeder met een jong. Terwijl er lunch wordt opgediend gaan we
terug naar Hamilton Island . Door de lunch en het wat
rustigere water (door de beschutting van de eilanden) was iedereen die zeeziek was,
en dat was de halve boot, weer wat opgeknapt. Gelukkig hadden wij daar geen last
van en we kwamen dan ook vol energie op Hamilton Island aan. Het begon direkt te
regenen, dus eerst wat winkels kijken. Maar die hadden we al snel allemaal gezien. Dus tijd voor wat aktie.
MINIGOLF , er zijn 18 holes, het kost 10 dollar,
iedereen kan het en het is: 'lots of fun'.
Een etende vogel brengt ons op een idee. We gaan naar de haven en halen een pie
met een bier. Maar hier zijn kapers op de kust. Een stelletje cackatoo's en wat
mooi gekleurde parkieten vechten om de kruimels. En bedelen ondanks het bordje
(DO NOT FEED THE BIRDS) hun kostje bij elkaar. Na het gezellig samen zijn met onze
gevleugelde vrienden gingen we met een andere boot van Fantasea terug naar Shute
Harbour. Omdat we het wel makkelijk vonden weer gaan eten bij Frank. Nogmaals zijn
knoflookbrood genomen , maar verder wel wat anders. Na een heerlijke maaltijd nog
even dobbelen op de kamer en dan moe maar voldaan naar bed.
Zondag 17 augustus.
Tijdens het ontbijt in het motel biedt Frank ons aan om een stukje van zijn eigen gekweekte papaw te proeven.
De oranje vrucht smaakt nergens naar en doet ons erg aan papaya denken. Maar volgens Frank is er niets lekkerder
dan een verse papaya van eigen kweek. We laten het maar zo. Als we weg gaan krijgen we een hele toeristische beschrijving
van de weg naar het noorden mee. Na enige tijd lukt het ons om weg te komen. Voordat we Arlie Beach verlaten gaan we nog
even langs Vic's Shark Show. Een bevroren witte haai is het hoogtepunt van de antihaaien show. Volgens Vic moeten deze
gewetensloze moordenaars allemaal worden uitgeroeid. Maar gelukkig heeft de regering daar een stokje voor gestoken en de
haaien zijn nu een beschermde diersoort. We zijn het duidelijk niet met zijn zienswijze eens , maar het was toch wel
interressant. We gaan via de Caneroad , een weg vol met suikerriet plantages naar het noorden. We maken nog een tussenstop
in een klein plaatsje met een suikerfabriek en dat was zo'n beetje het leukste wat er was tussen Arlie Beach en Townsville.
In Townsville hebben we nog tijd zat om naar het modderige strand te gaan. We zitten heerlijk op het strand maar het water
ziet zo bruin dat we daar niet echt in gaan. Alleen een klein stukje naar de vloedlijn lopen zorgt er al voor dat onze
voeten en enkels onder de modder zitten. Als het water hoog staat gaan we op zoek naar een kamer. De Hi Roller Inn zit
helemaal vol dus stoppen we bij de volgende motel Palms. Motel Palms is net zo goedkoop en ligt direkt naast het andere
motel. Nog steeds op loopafstand van de italiaan. De pizza's zijn erg geliefd en het is er zoals altijd erg druk en gezellig.
Maandag 18 augustus
Na het ontbijt naar het noorden. Maar al binnen vijf minuten gaan we weer terug naar
het motel, omdat Rob zijn zonnebril is vergeten. Daarna gaan we dan echt voor de laatste
keer weg uit Townsville en alle drie denken we dat we hier nooit meer terug zullen komen.
Onderweg naar Kurrimine Beach is ook al niet veel bijzonders te zien. We stoppen dan ook
bij het enige uitzichtpunt. We hebben toch tijd zat want het is pas om half twee eb.
En dan pas kunnen we naar het rif wandelen. Omdat we toch nog te vroeg zijn eerst maar
even een snack halen. De pie is op dus kiezen we een burger. De visburger is niet zo
licht verteerbaar als ik had gehoopt. Het is gewoon een lekkerbekkie op een broodje met
heel veel sla en groente. Het is niet mogelijk om het broodje in je mond te steken.
Als het eindelijk naar binnen is, is het water zo laag geworden dat we zonder kopje
onder te gaan naar het rif kunnen lopen. Het t-shirt moet worden opgetild maar je
borst wordt niet nat. Als we alles hebben gezien, koraal, verschillende vissen,
zeesterren en zeekomkommers gaan we terug. Het water staat veel lager en komt niet
hoger dan onze kuiten. Dat is wel wat anders dan het aquajoggen op de heenweg.
We rijden door tot Cairns en vinden een kamer bij High Chapperal. We boeken bij
de receptie gelijk een dagtocht voor morgen. Eten bij Café China, erg lekker.
Allereerst komt de serveerster langs met de dim sum. Daar kiezen we drie bakjes van.
Dan besluit Tom om de Tom Yum Soep te proberen. Volgens ons wist hij dat het zo'n
enorme grote bak was, maar hij houdt vol van niet.
Dinsdag 19 augustus
Om 7 uur ontbijt. Want om 10 voor 8 staat er busje om ons op te halen voor: Kuranda,
the Ultimate Experience. Eerst gaan we met de trein over wat de mooiste route van
Australië moet zijn naar Kuranda. Misschien komt het door de regen, maar wij vinden
het niet zo bijzonder. De foto van de reclame waarbij de trein over een brug voor een
waterval rijdt is het enige punt wat de moeite waard is. Als we in Kuranda aankomen
zitten alle werklui te schaften. We bekijken wat winkels. En maken een paar foto's van
de rondhangende Aboriginals. En als we weer terug gaan zitten de werklui nog steeds
te eten.... Terug gaan we met de Skyrail, een 7,5 km lange kabelbaan over het
regenwoud. Er zijn twee tussenstops waar we even in het regenwoud kunnen kijken.
Naast het dalstation ligt het Tjapukai Theatre. Daar krijgen we in een aantal voorstellingen de geschiedenis van de Tjapukai te zien.
Mona Mona bleek een bloeiend Tjapukai reservaat te zijn geweest, waar ze uit weggestuurd
zijn door de regering omdat er een dam zou worden gebouwd. Zo zie je maar dat je nooit
op uiterlijk af moet gaan. Buiten kan leren speerwerpen, maar dat hoeven Tom en Rob
niet te leren dat kunnen ze al. En alle drie proberen we boomerang te gooien, ik ben
net iets minder goed. Om vijf uur worden we terug gebracht naar High Chapperal. Onze
laatste avond in Cairns gaan we nog een keer naar Georges.
Woensdag 20 augustus
Het ontbijt kwam te laat. Volgens Tom maar 5 minuten , volgens ons wel 20.
(Het had er 7.45-8.00 moeten zijn en kwam om 8.05) Toen we alles hadden ingepakt goot het.
Echt vakantieweer dus. Onze laatste ochtend nog snel even naar het aquarium geweest.
Om twaalf uur hebben we de auto terug gebracht. Op kilometerteller stonden 2479 meer
km en in de voorruit zat een barst maar daar hebben ze niet naar gekeken. Voordat de
QF 61 naar Singapore vertrok , moest Rob nog even het rokersbalkon op. Via Darwin
komen we vroeg in de avond in Singapore aan. We gaan weer buiten op straat eten.
Donderdag 21 augustus
De laatste dag van onze vakantie gaan we naar een eiland vol pretparken : Sentosa.
We bezoeken Vulcanoland , en gaan een partijtje minigolfen. Dan is het tijd voor een
biertje en een broodje. De BBLT (basil , bacon , lettuce and tomato) is veel groter
dan verwacht maar enorm lekker.... Natuurlijk bezoeken we ook de Merlion. Een groot
beeld van een vis met een leeuwekop. Het symbool van Singapore. Vanwege de hitte gaan
we nog even langs het strand. In het water is het wel lekker maar er weer uit is het
gelijk weer benauwd. Terug naar het hotel om de koffers op te halen en met een taxi
naar het vliegveld, de vakantie zit er op.
|
|
|