|

West USA
Op 12 april 1989 nemen we om 11:30 vlucht TW815 naar NewYork.
Daar moeten we overstappen naar San Francisco. Maar als we net aan boord zijn wordt omgeroepen dat
we een omweg maken langs Kopenhagen. Daardoor halen we in NewYork onze aansluiting niet.
We vliegen nu naar St.Louis waar we weer moeten overstappen naar San Francisco.
Doodmoe komen we midden in de nacht aan. We halen onze huurauto op en nemen in het eerste motel dat
we tegenkomen twee kamers.

De volgende dag gaan we eerst naar het centrum van de stad . Vanaf Pier 39 zien we Alcatraz liggen maar
het ziet er niet aantrekkelijk genoeg uit om heen te gaan. Na een korte wandeling door Chinatown gaan we naar de Golden Gate Bridge.

Langs Highway 1 , de mooie kustweg gaan we naar het zuiden. We overnachten in Santa Cruz. In Santa Cruz
County zien we ook onze eerst sequoia's. Enorme bomen soms wel meer dan duizend jaar oud.
Nog iets verder naar het zuiden ligt Monterey. Bekend van de cannery row. Een straat waar de vis werd ingeblikt,
die een rol speelt in een boek van John Steinbeck. Cannery Row is niet meer wat het was. Er is nu een heel mooi
aquarium. Maar even verderop bij de fisherman's wharf kun je al het zeeleven gewoon in het wild vinden. Nou ja, wild...
De zeeleeuwen worden flink gevoerd
door de toeristen. Even verder liggen de zeeotters te genieten van de zon.

Na al deze mooie natuur wordt het tijd voor een beetje lawaai. Op naar Laguna Seca Raceway
waar de GP wordt gehouden.We hebben onze tenten mee en na wat gezeur over eigen plekken
overnachten we bij het circuit.Het is mooi zonnig en dus warm op de racedag, maar dan
blijkt dat de ligging toch niet zo ideaal is. Voor de Californische kust loopt de
koude golfstroom. Dat betekent dat er binnen een paar minuten een zeer koude mist over het land kan trekken.
'The fogmonster' is onvoorspelbaar en kil. Truien aan dan maar.
Weer verder naar het zuiden over Highway 1. Er zijn zoveel 'viewpoints' dat we er lang
over doen voordat we in Malibu zijn. Het motel waar wij overnachten is niet bepaald
wat je je bij Malibu voorstelt. Alles is oud en enigszins vervallen. We eten in een
restaurant waar alle filmsterren uit de USA al eens zijn geweest, als je de foto's
moet geloven tenminste. De volgende dag gaan we door naar L.A. De stad is niet veel aan.
We bezoeken de Queen Mary en the Spruce Goose, zo'n beetje het enige historische in de buurt.
 Dan besluiten we dat we morgen beter naar
Disneyland kunnen gaan.
Na zo'n heerlijke dag willen we 'sAvonds ook lekker eten. Een chinees restaurant
in de buurt, dus... Er blijkt vanavond een buffet te zijn. Alleen staan alle gerechten
in het chinees aangeduid. Wij zijn zo'n beetje de enige blanke gasten, dat belooft
niet veel goeds. En inderdaad. Alles wat we proberen is vreselijk heet. Maar we
willen niet opgeven. Uiteindelijk hebben we wel wat gegeten maar niet echt veel
en zeker niet lekker.

Het wordt tijd om het echte wilde westen te ontdekken. We gaan kijken in Calico. Vroeger een bloeiende stad, maar toen het goud op was
is de bevolking ook vertrokken. Het stadje is nu gerestaureerd en is een toeristische trekpleister geworden.
Niet zo echt het wilde westen dus. Verder maar weer naar een van de zeven wereldwonderen, de Grand Canyon.
Om de hele Grand Canyon te kunnen zien hebben we een helicoptervlucht gemaakt. Het was een heel veilige bedoening, we werden op gewicht
verdeeld en we moesten van te voren verplicht naar de veiligheidsvideo kijken. Maar dat was het wel waard.
Een fantastische belevenis.
Na de Grand Canyon gaan we richting Las Vegas, Nevada. Dat is nog een eindje
rijden dus overnachten we in een klein plaatsje langs route 66. Ashfork, Arizona,
een gehucht met 20 huizen , 2 motels, 1 truckersrestaurant en twee straten.
Als we een tegenligger hebben wordt ons duidelijk gemaakt dat er wel maar twee
straten zijn, maar dat ze allebei 1-richting verkeer zijn !

Na een heel eind over een saaie weg zijn we wel aan wat opwinding toe, gelukkig
komen we dan in Las Vegas aan. We proberen een kamer te krijgen in het grote
hotel/casino Circus Circus, maar alle 2800 kamers zijn al vol ...
We worden verwezen naar Palace Station. Best een aardig hotel maar een stukje
van de Strip af. De Strip is de hoofdstraat vol met casino's.
Death Valley
Op zoek naar de overtreffende trap. In de USA is alles het grootst en best, maar
ze hebben ook een dieptepunt. Badwater in Death Valley ligt 282 ft onder zeeniveau.
Het is er in de zomer gloeiend heet. En als je de mensen ziet die er wonen begrijp
je dat je daar dus wat van overhoud. De uitbaters van Furnace Creek Ranch,
waar we overnachten, hebben ze niet allemaal op een rijtje.

Er heerst een gespannen sfeer in het kamp. Er komen donkere wolken aan.
Zou het gaan regenen.... Niet dus. In de bergen die Death Valley omringen
schijnt het slecht weer te zijn. Er komen zelfs mensen terug omdat het niet
te doen is. Maar in Death Valley blijft het droog en warm. Om gek van te worden.
The Highway Patrol...
Even wachten ....
Tot de film opnames worden gestopt....

We moeten weer terug richting San Francisco, maar er is nog wel even tijd voor
wat natuurparken. Eerst komen we langs Sequioa / Kings Canyon. Daar staat het
zoals de naam al doet vermoeden vol met grote sequoia's. Deze bomen zijn soms
wel duizend jaar oud en komen alleen nog langs de westkust van amerika voor.
Daarna bezoeken we nog Yosemite. Een park bekend om zijn mooie rotsen en watervallen.

Tijd om naar San Fransisco te gaan voor vlucht TW800 via New York weer naar
Amsterdam. Gelukkig minder vertraging als op de heenreis. Het was een mooie reis
en we komen zeker nog eens terug in de USA.
|
|
|