|
Geen tijd om het hele verhaal te lezen? Bekijk de
film.
Suriname 2007
deel 1, Paramaribo - Brokopondomeer - Brownsberg.
Donderdag 26-07, Vlucht Amsterdam - Paramaribo
Rasmussen is als gele truidrager uit de Tour de France gehaald. Maar het kan ons niks schelen, we gaan vandaag naar Suriname.
Willeke brengt ons naar Schiphol waar we al direct zien dat er vertraging is. Gelukkig, dan hoeven we ons niet al te druk te
maken over de enorm trage incheck procedure. Een uur later hebben we eindelijk een boardingpass en kunnen we door de douane.
Wat winkeltjes kijken, bakkie koffie, maar nog steeds geen tijd. Anderhalf uur voor de geplande vertrektijd van 13:00 uur
moeten we bij de gate door de tassencontrole. Alweer een enorme rij en de anderhalf uur blijkt te kort. Zodra ons rijnummer
wordt genoemd stappen we in, weg uit de drukke gate en misschien nog ruimte voor de handbagage. Want al zijn ze erg aardig,
de Surinamers op deze vlucht hebben wel enorm veel bij zich.
Rond half twee worden we weggeduwd bij de gate, en gaan we echt van start voor de vlucht va 8:48 minuten naar Paramaribo.
We stijgen op in zuidelijke richting en maken daarna een bocht naar het westen, net voor we de wolken in vliegen zien we Noordeinde onder ons.
De vegetarische maaltijd is goed, allen zitten wij op een ongelukkige rij. Bij rij 58 wisselen de steward en stewardess elkaar
af, wij worden zo snel vergeten. Geen koffie, en ook wordt ons blad niet afgeruimd. Onder ons zien we niets anders dan water,
af en toe een wolk en zelden een boot. Na ruim 5 uur vliegen is er een welkome verrassing: een ijsje. Na bijna 9 uur vliegen
zien we land, alles is groen met daartussen rode bauxietwegen. Niet veel later landen we op een regenachtig Zanderij.
Kenneth van Jane Tours staat ons buiten op te wachten. Bij de bus krijgen we direct een flesje ijskoud water (eigenlijk is het ijs).
Het is nog een uur rijden naar het hotel. Nadat we de tassen op de kamer hebben gezet willen we nog even naar buiten.
Even de benen strekken, op naar de geldautomaat voor Surinaamse dollars. Kunnen we misschien nog wat te eten kopen.
Maar als we een stukje rond het hotel lopen zien we dat alles hier in de buurt dicht is. We hebben geen zin om verder te zoeken en gaan naar bed.
Vrijdag 27-07, Paramaribo
Al om 7 uur is er een informatiebijeenkomst. Jane en Kenneth vertellen alles over wat we de komende dagen gaan doen. Het klinkt
in ieder geval goed. Delano biedt zich aan om de fooienpot te beheren. En dan is het officiele gedeelte al weer achter de rug.
Tijd voor het ontbijt. Na de boterhammen met kaas gaan we naar buiten om Lara op te wachten. Met Lara gaan we de stad ontdekken, zij is
hier al anderhalve week en weet vast wat leuke plekjes. We lopen langs de mooiste gebouwen die er zijn, en door de palmentuin.
Na een uitgebreid bezoek aan Fort Zeelandia is
het tijd voor een koel terrasje aan het water. Terwijl we daar genieten van een koud glaasje
fris komt er een leguaan uit de bomen naar beneden om wat rond te kijken tussen de tafeltjes.
Het is te warm om echt veel te doen en we gaan dan ook lekker afkoelen op de hotelkamer met airco voordat we die avond met Suzan, Vaii, Michel
en Lara bij de chinees gaan eten.
Zaterdag 28-07, boottocht op de suriname rivier.
Na het ontbijt, in een veel te warm zaaltje,
lopen we naar de boot die ons de komende twee dagen gaat vervoeren. We varen langzaam de Suriname rivier op. Langs het wrak van de Goslar,
onder de Wijdenbos brug door. We zien een leguaan en een aantal reigers langs de waterkant.
De eerste stop die we maken is in Domburg, waar de meeste van ons wat te eten kopen, alsof we nog niets gehad hadden. Echt veel anders is
er ook niet te doen in Domburg. We varen weer verder. Onderweg zien we begroeide scheepswrakken. Een paar jongens zijn bezig leguanen te
vangen voor de verkoop. Ze werken alleen op bestelling en voor 25 SRD heb je een lekkere sappige leguaan. Even verder slaan we af, een
klein kanaaltje in naar het dorp Paranam. Het is speciaal gesticht voor de werknemers van de bauxietmijnen. We gaan aan land en lopen
een stukje door het dorp. De meeste inwoners willen niet op de foto. En de hutjes waar ze wonen zijn vaak niet de moeite waard om een
foto van te maken. Maar ze hebben wel speciale huisdieren. aapjes, papegaaien en zelfs een bosvarken. Na dit korte bezoek varen we weer
terug naar de Suriname rivier. Als we bij de overgroeide steiger van Groot Chatillion zijn regent het zo hard dat we besluiten door te
varen. Niet veel verder ligt Overbridge, een soort vakantiekampje, waar we de komende twee nachten slapen. Het duurt even voordat we
de hangmatten hebben hangen. Dan verdwijnt bijna iedereen naar het strandje, even lekker opfrissen in de rivier. Vaii en Maaike spelen
heerlijk in het water en zijn er niet uit te krijgen. Maar als ze gaan koppeltje duiken gaat het mis, de bril van Vaii is verdwenen.
Een grote zoekactie heeft resultaat en Vaii kan de rest van de vakantie ook zien.
Tijd voor een Parbo. Dan komt het eten op tafel in de gezamenlijke eethut. Rijst, kip, bonen, tayerblad met garnalen en komkommer met
tomaat. Voor iedereen wat wils. Na het eten wordt nog wat gezongen en gitaar gespeeld door Kenneth en Onno. Daarna is het tijd om te
proberen of we kunnen slapen in een hangmat, terwijl even verderop de steelband speelt op een bruiloftsfeest.
Zondag 29-07, Jodensavanne
Al om 5 uur is de hele tent wakker, veel te vroeg dus. Blijven liggen maa, of toch even naar het toilet…. Na wat gegiechel van Susan en
een boos "mama hou je mond, er slapen nog mensen" vallen we toch nog in slaap. Rond 7 uur gaan we voor de koude douche, en dan is het
wachten op de rest
voor het ontbijt. Na het ontbijt stappen we op de boot voor een tochtje naar de Jodensavanne. Onderweg zien we een
luiaard en een aap, en veel watervogels. Bij de oude begraafplaats die door het oerwoud overwoekerd is stuurt Willem de boot het
mangrovebos in. Kenneth baant zich een weg met zijn kapmes en wij volgen in een rijtje. Maar na een poosje worden er braziliaanse bijen gehoord.
De agressieve diertjes zorgen ervoor dat we onze tocht moeten afbreken en terug moeten naar de boot. Als we net allemaal van de
modderige kant af de boot zijn ingeglibberd komt Kenneth met de mededeling dat hij een andere route heeft gevonden. Een paar mensen
besluiten aan boord te blijven maar de meesten gaan weer mee. Terwijl Willem de boot los trekt uit de modder wordt een kort bezoek
gebracht aan de Casipora begraafplaats. Dan varen we terug naar de Jodensavanne, een oude joodse nederzetting, inmiddels ook door
de jungle in beslag genomen. Op de boot terug worden we weer volgestopt met zoutjes, fruit, koek enz. En dat terwijl we direct gaan
eten al we terug zijn. Het wordt steeds donkerder en als we net onder het afdak van de eetzaal zitten barst er een tropische bui los.
Het voelt koud aan in het windje. Maar we moeten echt wachten tot het minder wordt. Gelukkig blijkt er weinig waterschade in de
slaapzaal, en in plaats van te gaan zwemmen besluiten we in onze hangmat te duiken.
Heerlijk even uitrusten. De regen is inmiddels gestopt dus gaan we een rondje lopen. Maar alles is nat en modderig, dus eindigt
de korte wandeling in de bar. 'sAvonds eten we een lekker pittig soepje en genieten we van een biertje van de jarige André.
Maandag 30-07, Brokopondomeer
Lekker geslapen in de hangmat. Voor het ontbijt maken we een korte wandeling, de vogels laten zich vanmorgen niet in grote getale zien.
We zijn blij dat we vroeg gedoucht hebben want rond half acht is het water op. Maar dat is snel opgelost als de pomp is aan gezet.
Om acht uur staat er weer een lekker ontbijt. Daarna moeten we alles inpakken omdat we naar een eiland in het Brokopondomeer vertrekken.
De bus rijdt ons in twee uur over de rode weg tot aan de boot. Natuurlijk zijn we eerst nog wel even gestopt in een supermarkt om wat
inkopen te doen. De medewerkkers staan achter een groot hek, waar ook alle koopwaar achter staat. Ze komen pas in beweging als je
uitdrukkelijk zegt wat je moet hebben. Niet echt uitnodigend dus. Even verder op stappen we in een lek bootje. Het stuwmeer is erg
groot, net zo groot als de provincie Utrecht. Overal steken dode bomen boven het water uit, maar niet alle bomen waren zo hoog en
er staan er ook veel helemaal onder water. Het duurt niet lang of we rammen een boom die net niet diep genoeg onder water staat.
"kan gebeuren" klinkt het van achter uit de boot en er wordt onverstoorbaar verder gehoosd. Na een uurtje varen komen we langs een
klein eiland met ca. 10 hutjes staat het helemaal vol. Leuk voor de foto denken we nog, maar dan gaat het gas eraf, we zijn er.
Hier slapen we de komende 3 nachten. De hutten zijn ons te benauwd en we besluiten een hangmat op te hangen in een soort kantine
aan het meer. Prachtig uitzicht, direct uit de hut stap je in het water. Tom gaat even zijn kano kunsten demonstreren en vaart
een rondje om het eiland. Dan begint het enorm te waaien, maar echt regenen gaat het niet. Na het eten ontdekken we de fles rum
van kok Lionel. Gelukkig is hij niet echt boos en we beloven morgen een fles terug te geven. Rond 10 uur zoekt iedereen zijn hut op.
Het waait nog steeds behoorlijk en de hangmatten wiegen in de wind. Het water klotst tegen de onderkant van de hut. En als de boot
door de wind en de golven tegen de hut botst trilt alles. Ondanks dat slapen we heel goed.
Dinsdag 31-07, Brokopondomeer
Eerst een duik in het meer, want de douche geeft nog geen water. Om acht uur moet Lionel nog aan het ontbijt beginnen, maar het deert
ons niet. We laten ons meeslepen in het surinaamse tempo. Na het ontbijt stappen we in de boot die ons naar Brownsweg vaart. Daar lopen
we door het dorp. Voor de bouw van de dam was er geen Brownsweg, maar door het ontstaan van het Brokopondo stuwmeer moesten veel dorpen
ontruimen. Zo'n 8 acht dorpen zijn nu samen Brownsweg. We bezoeken een medicijnman. Er staat veel troep binnen, mar verder is het niets
bijzonders. Een oude vrouw vindt het maar niks dat we alweer in haar dorp lopen. Ze blijft Kenneth bestoken met verwensingen en vraagt
om geld en sigaretten. We bezoeken ook een man die houtsnijwerk maakt uit resthout uit het meer. Houtbedrijven winnen de dode bomen
uit het meer. Het resthout wat zij overhouden wordt hier gebruikt om kunst en souvenirs te maken. Een aantal mensen koopt een vijzel
met stamper. Dan nog even langs de supermarkt want we moeten rum hebben en boutjes (kipdrumsticks) voor een barbecue vanavond. Dan lopen
we terug naar de boot, tenminste naar de plek waar de boot zou moeten zijn. Maar er is niets te zien. Ettelijke keren horen we iets
aankomen, maar steeds blijkt het toch het geluid van de houtzagerij te zijn. Na een halfuurtje of langer (het voelt als uren in de hete zon)
komt de boot eraan. Pas na 3 uur zijn we weer terug op Kwana-eiland.
Lionel heeft de lunch kip massala, rijst en kouseband, gelukkig al klaar. Een uurtje relaxen en dan is het tijd om aasvissen te vangen voor
de piranha's. Een groot net wordt onder water gehouden. Dan gooit iemand brood boven het net, als de kleine visjes op dat brood afkomen haalt
iedereen het net tegelijk omhoog. De vangst is goed en na twee keer is er genoeg om op piranha jacht te gaan. De boot brengt de vissers
naar een plekje iets verderop
waar bijna iedereen wel een of meer piranha's vangt. Even voor zevenen komt de boot terug. Kenneth pakt zijn
gitaar en speelt veel nederlandse liedjes terwijl wij genieten van een Parbo bier. Het duurt lang voordat het eten klaar is. Maaike en Vaii
zijn al bijna in slaap gevallen als tegen tienen de maaltijdsoep op tafel staat. Er wordt met algemene stemmen besloten om de kippenbouten
morgen op het kampvuur te roosteren. Dus nu komt de rum op tafel. Als we richting hangmat gaan blijken de stoelen omgewaaid te zijn en
bovendien regent het zachtjes. We zetten de stoelen bij ons onderdak en gaan lekker liggen in de hangmat. Zachtjes tikt de regen op het dak,
maar de paar spatjes die ons door de gaten bereiken overleven we wel. Niets wijst erop dat dit slechts de voorbode is van wat er nog komen gaat.
Woensdag 01-08, Brokopondomeer
Rond half vijf word ik wakker van grote spetters midden in mijn gezicht. Het stormt buiten en de regen komt met bakken tegelijk door de
zijkant van de hut naar binnen. Tom zet de tafel met onze bagage erop een stuk naar het midden, maar daar komt het water gewoon door het
dak. Gelukkig hebben we alles goed afgedekt met plastic. Zelf zijn we wat minder goed beschermt. De regen drupt bijna overal naar binnen.
We schuiven de hangmatten zo dat ze zo droog mogelijk blijven. Als we bij het ontbijt komen blijkt dat bijna iedereen wel lekkage had,
maar bij Onno, Heleen, Maaike, Susan en Vaii is het ergst, werkelijk alle is nat. Niet alleen de bedden, maar ook alle kleren. Het regent
nog steeds, ook al is het niet zo hard en we besluiten nog niet te vertrekken voor onze excursie naar de goudzoekers.
Langzaam wordt het beter en we zwemmen en vissen wat terwijl de natte spullen te drogen hangen, inclusief het geld wat 'snachts uit mijn
broekzak op de grond was gevallen.
Delano pakt een kapmes een hakt een paar kokosnoten uit de boom. Lekker tussendoortje. Lionel, de kok, heeft al twee nachten niet geslapen
en ligt nu te snurken in zijn hangmat. André vindt dat hij maar even moet blijven slapen en gaat de keuken in om bb met r te maken. Na de
lunch relaxen we nog een uurtje, beetje zwemmen, wat lezen of even kanoën. En dan vertrekken we naar de goudzoekers. De boot manoeuvreert
tussen de boomstammen door, sommige missen we maar net. Het pad naar de plek waar ze goud winnen is modderig, en we moeten zelfs door een
kreek waar het geen zin heeft om je broekspijpen op te rollen, ze worden toch nat. Het is een triest gezicht om te zien wat een schade
hier wordt aangericht aan het oerwoud. Het complete regenwoud wordt omgeploegt en er zijn diepe gaten gevuld met modder achtergebleven.
We ploeteren weer terug naar de boot.
Het is plakkerig warm en we lopen over een glibberig pad, maar dat is op slag vergeten als we het meer zien. De ondergaande zon verlicht de dode
bomen prachtig. Ze lijken spookachtig wit uit het meer op te rijzen. Bij het eiland
nemen we nog een duik in het warme water terwijl Lionel de barbecue aansteekt. Onder het genot van een paar flessen Parbo kijken
we naar het kampvuur. Als de kip en de krokant gebakken piranha net op is steekt er een harde wind op. Meestal is dat hier geen goed teken
en inderdaad het onweer barst los. De boot ligt niet uit de wind en terwijl wij een zeiltje spannen boven de hangmatten horen we het
touw knappen. Tom kan de boot nog net tegen houden. De bootsman wordt door André gewaarschuwd en gelukkig weet hij nog net de boot te redden.
Anders zaten we hier vast…
Gelukkig is dat niet gebeurd en kun je hier lezen over onze belevenissen in Boven Suriname.
Of bekijk alle foto's op
http://tomengonnie.multiply.com.
|
|
|