|
Madagascar 2006 deel 3, het noorden.
Dag 17 vlucht naar Antananarivo Om 6 uur beginnen we met het inpakken van de tassen.
Vandaag vliegen we terug naar Tana. Erwin en Tom gaan de rekening betalen van bungalow 6,
het valt net binnen de begroting van 4 ton. Het gaat nu opeens snel met de Ariary. Na het
ontbijt stappen we in twee gereedstaande busjes die ons naar het vliegveld van Tolear
brengen. De weg tussen Ifaty en Tolear is slecht, en door de harde wind van de afgelopen
dagen is er nog meer zand opgewaaid. De ergste zandduin wordt door een mannetje met een
schep verwijdert. Kennelijk een particulier initiatief want de chauffeur geeft hem een
fooi.
We zijn ruim op tijd op het erg kleine vliegveld. Dat betekent wachten, wachten, wachten.
Gelukkig gaat de bar tot onze verbazing toch nog open en kunnen we genieten van koffie en
thee. Opeens worden we opgeschrikt door een luchtalarm. Even later landt het vliegtuig
waarmee wij naar Tana zullen vliegen. Er zijn geen aangewezen plaatsen, dus het dringen
begint al aan de gate. Wij mengen ons daar niet in, dan maar niet naast elkaar. Na een uur,
waarin we zelfs nog wat te drinken krijgen met en een lekker broodje, landen we bij
de hoofdstad. Sacha staat ons op te wachten. Hij brengt ons naar een hotel vlak bij
het vliegveld. Dat valt even tegen, want we verwachtten een hotel in het centrum.
Samen met Erwin en Patricia hebben we taxi genomen naar het centrum. Het is ons zonder
onderhandelen gelukt om een Renault 4 te vinden voor 10.000 Ariary, terwijl 15.000
de normale prijs is.
In hotel France zitten NoraLiva en Allain al te wachten. Leuk om ze weer te zien. Na een
biertje gaan we met de auto naar de bovenstad. We maken een foto van het afgebrande
paleis van de koningin, het uitzicht en het paleis van justitie en dan lopen we naar
het restaurant waar we heerlijk Malagasy eten.
De chauffeur van Allain vindt het niet erg om ons terug te brengen naar het hotel,
Allain en Nora Liva rijden mee. Ze zijn wel verbaasd dat we een hotel hebben in zo'n
afgelegen buurt. In het hotel zijn ze net klaar met eten, we schuiven nog even aan voor
een borrel.
Dag 18 vlucht naar Diego Suarez Alweer een vliegveld dag. Vandaag vliegen we door naar Diego, helemaal in het noorden van
het land. Omdat het hotel zo dichtbij het vliegveld ligt hoeven we niet extreem vroeg op.
Om kwart voor zeven ontbijt en om kwart over zeven vertrekken we. Het inchecken is weer
een chaos, maar evengoed hebben we nog veel tijd over voordat de vlucht vertrekt..
Na een tussenstop in Sambava zijn we om half twaalf in Diego Suarez. De minibus die ons
oppikt is erg oud en versleten, we verwachten dan ook niet veel van het hotel. Bij elk
vervallen gebouw verwachten we er te zijn. Maar dat was onterecht. Het zijn mooie bungalows
met uitzicht op de kleine versie van de suikerberg. Na een frisse duik in het zwembad,
het eerste dat ook echt gevuld is, lunchen we in het hotel.
Om 3 uur brengt de minibus ons naar de stad. Diego Suarez valt erg tegen. Alles is
vervallen, de straten zijn verlaten, en veel zaken zijn dicht. Daarom nemen we snel
een taxi terug naar het hotel. Omdat het hotel buiten de stad ligt moet er eerst getankt
worden. Precies 1,00 liter. Waarom er zo weinig getankt wordt weten we niet, maar alle taxi's doen het zo.
Een borrel in de bar aan het zwembad. En daarna weer een enorm diner. Dat afvallen zal deze vakantie wel niet lukken.
Dag 19 Amberbergen
Pas om kwart over acht ontbijt, het lukt niemand om zo lang te blijven liggen. Om 9 uur worden we opgepikt door 2 minibusjes die ons de komende
dagen zullen vervoeren.
We starten met een rondrit door Diego Suarez. De stad zelf is niet veel, maar dat wisten we al. Toch vragen we nog een fotostop bij de haven,
waar verschillende wrakken liggen. En even verderop stoppen we nog bij een Baobab die alleen hier voorkomt.
Dan rijden we door naar de Amberbergen. In deze bergen is Amber gevonden, maar de Fransen hebben alles weggehaald. Omdat ze hier ook gingen
wonen (in Joffreville) is een botanische tuin aangelegd. Deze tuin is nu verwilderd en omgetoverd in een nationaal park.
Bij de ingang pikken we twee gidsen op. De busjes rijden naar de camping. Vandaar gaan we lopen naar de heilige waterval. Een wandeling van
300 meter, waar we volgens de gidsen een uur over moeten doen. Dat wordt dus slenteren. Als we terug komen hebben de koks een heerlijke maaltijd bereid. Er is salade, rijst, krab, een gegrilde zeboespies en nog banaan toe.
Tijdens de lunch zien we ringstaartmangoest, die de vuilnisbak komt beroven. En één van de gidsen heeft de kleinste kameleon gevonden: de brookesia
minima. Daarna wandelen we door een ander stuk van het park, dat bekend staat als het bos van de duizend bomen. We zien een groep lemuren van heel
dichtbij, zonder dat ze gelokt zijn. Dat komt direct veel natuurlijker over. Omdat we een laag wandeltempo aanhielden was er volgens de gidsen
geen tijd meer om nog naar een andere waterval te lopen. Na enige discussie gaan we toch. Het was een pittig stukje lopen en de waterval viel
eigenlijk nogal tegen. Het lukt ons maar net om voor sluitingstijd uit het park te zijn.
De busjes brengen ons naar het Benedictine klooster St Jean Baptiste. Daar brengen we de nacht door. We hebben best aardige kamers met zelfs
een warme douche. Alleen de toiletten moeten gedeeld worden. De nonnen hebben ook een lekkere maaltijd voor ons gekookt. Als afsluiter
verkopen ze bij de koffie een zelfgemaakt likeurtje.
Dag 20-21 Ankarana Park
Om kwart voor acht brood met eigengemaakte jam (ook te koop in het winkeltje). Om half
negen gaan we op pad. Onderweg maken we verschillende stops. Onder andere bij een kapokboom
en bij een aantal olifantsvoetbomen. Dan wordt op de markt vlees gekocht om de krokodillen in het heilige meer te voeren. Dit is de kans voor
Erwin en Tom om een kip te kopen voor de verjaardag van Loes. Het moet een nieuwe traditie worden: jarig, dan krijg je kip. Loes kan het echter
niet over haar hart verkrijgen om de kip op te eten en geeft hem weg bij het volgende dorp. De gids snapt er niks van.
Bij het heilige meer worden de krokodillen gelokt met de stukken zeboe. Er komen er twee op af. Volgens de gids is het onbekend hoeveel er in
het meer zitten. Het meer is heilig en dus is dat nooit onderzocht.
Na een tijdje rijden slaan we opeens linksaf bij een paar houten hutjes. Het is niet direct duidelijk, maar dit blijkt onze slaapplaats voor
de komende twee nachten. Even slikken….
Geen elektra, geen stromend water. Wel een gezamenlijk toilet en een ton met water waar je emmers uit kunt halen om je te wassen. Als die
avond wordt gezegd dat er aan de andere kant van de weg wel een douche is, geloven we dat eigenlijk niet. Maar het blijkt wel waar te zijn
en er komt nog water uit ook.
Na de lunch, een stoofpot, wandelen we het Ankarana park in. We zien de nachtlemuren nog in hun holletjes zitten en bezoeken de vleermuisgrot.
Het is al donker als we terug keren bij het kamp. De koks hebben weer een lekkere maaltijd gemaakt: kip. Speciaal ter ere van de jarige
Loes is er zelfs een taart toe. Daarna vloeit de drank nog rijkelijk.
Best goed geslapen, alleen wat vroeg wakker door de zeboes die achter onze hut aan het
grazen waren. Om kwart voor acht ontbijt, dus nog ruim de tijd om voor de hut even van
de vroege ochtendzon te genieten. Na het ontbijt gaan we wandelen in het park. Vandaag
gaan we naar de Tsingy, scherpe puntige rotsen. Het is enorm heet, en gelukkig is het
sinds kort mogelijk om de Tsingy te bekijken tijdens een wandeling van een halve dag in
plaats van de 9 uur die je vroeger moest lopen. Het is echt heel bijzonder als de scherpe punten ineens opdoemen tussen de bomen door.
Een enorm oppervlakte met
alleen maar scherpe rotsen,
het lijkt wel een andere planeet.
Behalve deze mooie rotsen zien we ook de crowned lemuur en verschillende bijzondere vogels.
Na de lunch rijden we een stukje terug langs de RN6.
Het eerst volgende dorpje is een
dorpje van saffier zoekers. Een twee kilometer buiten het dorp ligt een enorm gat in
de grond waar ze graven naar saffieren. Het is illegaal. In de rivier achter het dorp
is men ook bezig om door 'pannen' nog kleine splinters saffier te vinden. Eigenlijk
valt deze excursie een beetje tegen, zeker als je toch al geen saffier wilde kopen.
Tijd om even te relaxen in en bij de hut. Het eten die avond was wat minder riant als
we gewend zijn. Geen voorgerecht, alleen spaghetti bolognese.
Dag 22-24 eiland Nosy Be
Om kwart voor acht ontbijt en om half negen vertrekken we. We rijden verder naar het
zuiden. In Ambilobe zouden we een markt gaan bezoeken, maar de gids brengt ons naar
een onopvallend huis. Hier woont de koning van Antankarana, en we mogen hem ontmoeten.
Het is een normale man, die op een prachtig versierde stoel zit. Hij vertelt dat hij
80.000 onderdanen heeft en dat zijn rijk een groot deel van het noorden van Madagascar
bestrijkt. Zijn grootste trots is een oud zwaard van franse makelij, volgens hem voor
een groot gedeelte goud…. We moeten het zwaard allemaal bekijken, en daarna mogen we
nog op de foto met de koning. Het was een aardige ontmoeting. Als het niet was afgesloten
met het verzoek een kado achter te laten, was het zelfs leuk geweest.
We lopen nog kort over de markt van Ambilobe, waar Dorian gedroogde banaan koopt om te
proberen. En dan rijden we weer verder richting haven van Ankify. Het gebied veranderd
in een groene zone. Overal zijn er plantages. We stoppen bij een plantage waar ze een
gevarieerde beplanting hebben. We zien de vanille, cacao, koffie, ananas, peper en nog
veel meer. Als we de nodige foto's hebben gemaakt is er een lunch bij de busjes.
Stokbrood belegd met bolognese saus, mayonaise en tomaat. Lekker.
In de haven van Ankify ligt een catamaran klaar om ons naar Nosy Be te varen. Het waait
nog steeds behoorlijk en de bemanning doet zijn uiterste om ons droog over te brengen.
Het lukt echter niet. Als we uit de luwte van Nosy Komba komen beuken de golven tegen de
boot. Niet alleen de mensen die voorop de catamaran zaten maar ook verschillende tassen
zijn nat geworden. Bij Bianca druipt het water uit haar flightbag. Een bus staat klaar om ons naar het hotel te brengen.
We rijden Hellville uit en gaan even later van de asfaltweg af richting Ambatoloaka. Dit is een vrij toeristisch eiland
en het dorp Ambatoloaka is daarop geen uitzondering. Het is er echter enorm rustig. Wel
zijn er een aantal oudere mannen, op zoek naar jonge Malagasy vrouwen. Het hotel is mooi,
maar ligt niet aan het strand en heeft geen restaurant.
Dus gaan we ´s avonds eten bij L'Ylang Ylang. We nemen samen met Erwin, Patricia en Dorian
een tafeltje op het terras aan het strand. We zijn de enigen daar. Het eten is niet uitzonderlijk. Na het eten gaan
we nog even wat drinken in een bar aan de overkant. Maar om kwart voor elf worden de
kussens van de stoelen gehaald en gaat er een schot voor de bar. Terug naar het hotel dan maar.
Gisterenavond hebben we ontbijt besteld in het hotel. Het kost 5 Euro, dat is enorm veel
hier. Maar nu we het zien begrijpen we de prijs. Er zijn pannenkoeken, fruitsalade,
fruitsap, crème brule en een broodje jam. We hadden vandaag een excursie kunnen boeken
naar het natuurreservaat Lokobe, of een snorkeltocht. Maar we hebben besloten het rustig
aan te doen. Samen met Erwin en Patricia huren we in het dorp 4 scooters. Rustig aan
cruisen we naar het noorden van het eiland. We rijden tussen de suikerrietvelden door en
zo nu en dan hebben we een prachtig uitzicht op zee. Aan de noordpunt van het eiland
ligt een duur besloten resort. Maar niet ver daarvoor is een prachtig strand met een
restaurantje. Na even wat drinken gaan we het water proberen. het is warm! Lekker even
spetteren en dan terug naar de schaduw van de palmbomen. Het restaurantje serveert
alleen menu's dus stappen we weer op de scooter en rijden een stukje terug. Bij Coral
Noir, een prachtig hotel, kunnen wel één gerecht eten. Het worden de gamba's in pepersaus
voor Tom en Erwin terwijl Patricia en ik een romazava nemen. Heerlijk gegeten.
We starten de scooters weer. Tenminste drie van de vier. Die van Patricia wil niet
starten. Nadat hij eerst een tijdje heeft staan kijken en lachen komt een locale buschauffeur helpen.
Zo kunnen we toch nog op weg. We rijden naar Hellville. Daar kijken
we even op de oude begraafplaats. Erg mooi overwoekerde graven, maar ook een zeboe die
hier graast.Het verkeer in Hellville is enorm druk en omdat de scooters niet zulke goede remmen
hebben keren we weer en gaan terug naar het hotel. We betalen de scooters voor twee
dagen zodat we ze morgen ook hebben.
´sAvonds heerlijk italiaans gegeten. Terwijl we terug lopen door het dorp verbazen we
ons er over hoe stil het is. Als dit het toeristisch gebied van Madagascar is, dan
stelt het toerisme hier dus echt niks voor.
De zon schijnt weer volop. Al vroeg zit de hele groep aan het ontbijt. De meesten gaan
vandaag nog een excursie doen. Wij gaan weer scooteren. De eerste stop is hotel Vanilla.
Een prachtig resort waar we vriendelijk worden rondgeleid. We krijgen een persoonlijke
tour met als hoogtepunt de Afrikaanse suite, met jacuzzi op het balkon. We besluiten
nog even te blijven om koffie te drinken. Dan rijden we door naar ons favoriete strand.
Weer geen drukke boel vandaag. We kunnen 4 ligstoelen pakken en onder de bomen schuiven.
De zee is echt warm. Het water blijft hier lang ondiep, ideaal voor mensen die niet
goed kunnen zwemmen.
We willen lunchen in de Venta Club, maar de bewaking houdt ons tegen. We mogen er niet in.
De receptie is zelfs niet beschikbaar om ons informatie over het resort te geven.
Om 6 uur vanavond kunnen we een folder krijgen…….. Nou, nee dus.
Terug naar onze stek en een lunchmenu besteld. Vooraf heerlijk gerookte vis op
aardappelsalade, dan 3 gegrilde vissen en vruchten toe. Nog even zwemmen en dan terug
naar het hotel. De anderen zijn erg enthousiast over hun excursies. Tijdens het snorkelen
hebben ze met een zeeschildpad gezwommen en in Lokobe hebben ze een enorme boa gezien.
Onze laatste avond hier eten we in Baobab Kafe, een open zaak op 1 hoog waar de zeewind
wat verkoeling geeft.
Dag 25-26 Nosy Be, vlucht via Antananarivo naar Amsterdam
De allerlaatste dag op Madagascar. We gaan rustig aan doen, de kamer moet om 11 uur
ontruimt terwijl we pas om 2 uur vertrekken. Na wat lezen in de lounge gaan we het
dorp in. Er moet een nog een t-shirt worden opgehaald. Speciaal laten borduren als
afscheidskado voor Dorian. Als we het binnen hebben gaan we nog wat eten in een
restaurantje aan het strand.
Om 2 uur begint een lange reisdag, we weten nu al dat het nog minstens 24 uur duurt
voor we thuis zijn. Eerst het vliegtuig van Nosy Be naar Antananarivo. Daar worden
we opgehaald door een busje van het IC hotel, waar we het afscheidsdiner hebben. Om
kwart voor tien vertrekken we weer richting vliegveld. Als we inchecken voor de
vlucht naar Parijs lukt het maar weinigen uit de groep om een plaatsje naast elkaar
te krijgen. Het wordt een enorme ruilactie in het vliegtuig. De norse bemanning vindt
het niet leuk dat Tom niet op zijn eigen plaats zit. Nu moeten ze zoeken waar de
vegetarische maaltijd heen moet. Doen ze tenminste nog wat. Want we zien ze de hele
vlucht niet meer, tot het ontbijt.
In Parijs blijkt dat Wim een vlucht eerder heeft naar Amsterdam. De rest van de groep
moet nog een uurtje wachten. Hij staat bij de bagageband in Amsterdam op ons te wachten.
Met een vervelend gevoel nemen we afscheid van de groep, de vakantie is nu echt voorbij.
| |
|
Bekijk hiernaast het reisverslag,
gefilmd door Patricia en Math, gemonteerd door Gonnie.
Terug naar het het begin van onze reis: van Antananarivo tot Ranomafana
Ga terug naar de tweede week van de reis: van Ambalavao tot Ifaty.
Of kies uit de onderstaande links een andere reis.
|
| |
|