|
|
|
Madagascar 2006
In September 2006 zijn we met Sawadee naar Madagascar geweest.
Het was een mooie reis, waarin we veel gewandeld hebben in de natuurparken op het eiland.
De groep bestond uit 17 reizigers en een groepsleidster van Sawadee.
Geen zin om het hele verhaal te lezen? Hiernaast staat een korte film met beelden van Math en Patricia. |
| |
Dag 1 Amsterdam-Antananarivo
We moeten al vroeg op want onze vlucht vertrekt om 7:25 uur. We verzamelen aan de kop van
balie 13/14 op Schiphol, als laatste arriveert de groepsleidster Dorian met de tickets.
Bij het inchecken blijkt dat we op ons reisschema een verkeerde vlucht hadden staan we vertrekken
een vlucht eerder. Dat betekent direct doorlopen naar de gate om met Air France naar Parijs
te vliegen. Op Charles de Gaulle hebben we zo ruim de tijd om van de ene terminal naar de andere te komen.
Het is erg ver en we moeten met de bus. Het vliegtuig naar Antananarivo gaat wel op tijd boarden, maar
we vertrekken zeker een half uur te laat. Al snel nadat we zijn vertrokken krijgen we een uitgebreide warme lunch,
we verwachten dan ook heel wat van de service. Maar dat blijkt onterecht. Na de lunch (om half twaalf al)
komen ze niet meer langs tot we 8 uur later een licht avondeten krijgen. Er beginnen na enige
tijd mensen met drinken voorbij te lopen, maar eens kijken waar die vandaan komen. En ja hoor achterin staat een kar met
daarop wat drinken en als je geluk hebt een snackje. Vervelend als
je in het midden zit en mensen moet vragen op te staan omdat je wat wilt gaan halen. Ze zouden ook eens af en toe met
een blad met glaasjes drinken kunnen langs komen. Kortom, slechte service van Air France!
Bij de douane duurt het erg lang. Maar zelfs toen we er door heen waren gekomen stonden onze tassen nog niet op de lopende band.
Dat belooft wat voor de snelheid waarmee ze werken in Madagascar.
Gelukkig is ons hotel (Cheval Blanc) niet ver meer. De kamer is erg basic, maar we zijn moe en het maakt ons niet uit.
Dag 2-3 Périnet reservaat Een slechte nacht gehad. Maar toch zijn we om half acht op.
Een warme douche, een tabletje tegen de hoofdpijn en het gaat wel weer. Om acht uur ontbijten. Dorian vertelt
na een voorstel rondje wat ons te wachten staat. We hebben er allemaal erg veel zin in.
De plaatselijke agent arriveert met een enorme tas vol met Ariary. We wisselen allemaal 500 Euro,
maar dan blijkt er te weinig geld te zijn. Er is een miljoen zoek. Iedereen telt en telt, dat duurt even met zo'n stapel,
maar het wordt niet gevonden. De agent gaat weer naar de bank en komt met het ontbrekende
geld zodat we om elf uur kunnen vertrekken. Wel met een vervelende gevoel, want een miljoen Ariary is erg veel geld hier.
De eerste stop is bij een supermarkt om water in te kopen, dan rijden we de stad uit het avontuur kan beginnen.
Bij een stenenbakkerij vragen we om een fotostop. Er worden vormen gevuld met klei, die worden eerst gedroogd in de zon en later
opgestapeld met stro ertussen. Het stro wordt aangestoken en zo worden de stenen afgebakken.
Even later begint het te regenen. De tassen liggen bovenop de bus en er ligt geen zeil overheen, we vrezen het ergste.

Bij het privepark Pereyras maken we kennis met de lemuren en de kameleons van Madagascar.
We lopen eerst een stukje het bos in, de gidsen hebben bananen mee om de bruine lemuren te lokken.
Die weten wat er te wachten staat, dus ze zijn er zo. Even verderop zitten de sifakas, die worden gevoerd met
brood. Het geeft wel leuke plaatjes, maar eigenlijk is dat voeren natuurlijk niks.
Na een lunch van omelet met tomaat bekijken de vele reptielen die ze hier in kooien houden. Zo kunnen
we de kameleons, de gekkos en zelfs slangen goed bekijken, maar het haalt het niet bij het wild.
Het regent inmiddels nog harder en de bagage lijkt dan ook niet meer te redden.
We rijden nog anderhalf uur door naar onze bungalows naast het Périnet park. Als we in de bungalows
de bagage uitpakken blijkt het inderdaad niet droog te zijn gebleven. En wij hadden nog een
flightbag eromheen, anderen hadden hun tas zo op het dak staan, die hebben dan ook alles nat en geen
mogelijkheid om het te drogen, want het regent nog steeds. Voordat we naar onze bungalows zijn vertrokken
hebben we het diner besteld. Een driegangen menu voor 13.000 Ariary (ca 5 Euro). Het is goed te eten.
Om elf uur gaan we naar bed, hopelijk slapen we beter dan afgelopen nacht.
Om half 7 loopt de wekker af. Vandaag gaan we op expeditie
in het regenwoud van Périnet, op zoek naar de Indri-Indri, de grootste van alle lemuren.
De roep van de Indri-Indri is niet te missen,
het lijkt op het geluid van een walvis en draagt tot 5 kilometer ver.
Bij het park splitst de groep zich in tweeën, wij sluiten aan bij de lange wandeling. De gids die met
ons meegaat is expert op vogelgebied en hij weet er heel veel aan te wijzen. Hij brengt ons
zelfs naar de crested nightjar, een zeer zeldzame vogel die alleen `s nachts actief is. Maar
zoals alle bezoekers willen we toch wel graag de lemuren zien. Dus gaan we de heuvels in.
We zien een aantal Indri-Indri groepen, maar ook de woolly en de bruine lemuur. Als een Indri vrouwtje van de ene
boom naar een andere springt laat ze haar jong vallen. 'Don't move' zegt de gids, maar dat was niet nodig, iedereen houdt de adem in.
Langzaam komt ze naar beneden, het jong piept, ze pakt het op en gaat weer naar boven.
Het lijkt goed afgelopen te zijn.
Na de wandeling eten we een pizza bij de snackbar bij de
ingang van het park. Daarna brengt de bus ons naar het plaatsje Andisabé. Eerst bestellen we het diner in de oude stationsrestauratie.
Dan lopen we een rondje door het dorpje. Het is er erg arm, het ziet er naar uit dat dit dorp niet
profiteert van de toeristen Euros. Er staan voornamelijk krotten.
Terug bij de bungalows hebben we nog even tijd om te rusten voordat de avondwandeling begint.
Om half zeven vertrekken we met dezelfde gidsen als vanmorgen. We mogen het park niet in en lopen langs de weg met zaklantaarns te zoeken naar slapende
kameleons, en nachtlemuren. We vinden er veel, ook de muismaki en een dwerglemuur. Bij de ingang van het park staat Sacha klaar met de bus.
Hij brengt ons naar ´La Gare´ waar we heerlijk eten. Op tijd naar bed want we moeten morgen om half zeven ontbijten.
Dag 4-5 Antsirabe We zijn ruim op tijd in de ontbijtzaal, maar lang niet de eersten.
Na het gebruikelijke halve stokbroodje met jam wordt de bus ingeladen.
We hebben nog geen zeiltje, dus de tassen die niet waterdicht zijn
stapelen binnen in de bus op. En dat is maar goed ook, want het regent weer eens. Erg veel geluk gehad met de wandeling gisteren.
We nemen dezelfde weg terug naar Tana. Alleen zien we nu meer omdat het licht is. Even voor Tana komt de zon er voorzichtig door,
wat een weelde. Bij de supermarkt doen we wat inkopen terwijl de chauffeur op zoek gaat naar een zeiltje.
De lunch gebruiken we op het parkeerterrein van de supermarkt, omdat Sacha nog niet terug is.
Je ziet de Malagasy denken: 'wat een armoedige reis, eten op straat en geen zeiltje voor de bagage.'
Na Tana volgen we de RN7 naar het zuiden. We maken een paar korte stops bij hutjes waar ze rieten mandjes
verkopen en bij blikken autootjes. Even verderop gaan we een stukje lopen, waarna de bus ons weer oppikt.
Om 6 uur zijn we in Antsirabe. De zon gaat net onder. Bij de receptie van hotel Hasina staan al mensen van restaurant Gaëlle
te wachten. Als we daar willen eten moeten we nu vast bestellen.
De kamers in dit hotel hebben namen in plaats van nummers, wij logeren in de Lotus kamer. Een aardige kamer met een 2 persoonsbed
op 3 hoog met uitzicht op de binnenplaats. Na de heerlijke warme douche, waardoor de stijve spieren wat beter aanvoelen,
gaan we eten bij Gaëlle. Het is eenvoudig eten in enorme porties, maar ook erg goedkoop.
Voor 7 Euro hebben we allebei een 3 gangen menu met bier en wijn!
Lekker uitgeslapen. Pas om 8 uur een warme douche genomen. We ontbijten bij Salon du Thé, even verderop in de straat.
Een groot gedeelte van de groep zit daar ook. We nemen een uitgebreid ontbijt omdat we niet weten wat de lunch ons gaat brengen.
Na het ontbijt hebben we nog tijd om met Alex en Joke rond het meer te lopen. Het lukt ons maar net om
de pousse-pousses af te slaan. Een pousse-pousse is een soort riksja die door een man wordt
voortgetrokken. De bestuurders zijn erg aanhoudend, onthoud mijn nummer... misschien later....
Om elf uur stappen we in de bus om naar een famadihana (herbegrafenis) te gaan. Er gaat een lokale gids mee,
maar dat helpt niet echt. Hij moet iemand van het land plukken om de weg te wijzen. De weg
wordt slechter en smaller en Sacha ziet het niet langer meer zitten. Het laatste stuk moeten we lopen.
Het is nog een flink eind, als we eindelijk aankomen worden we door verschillende mensen
welkom geheten. Ook door de 'kleine broer van de grote baas'. Dan worden we naar het dorp
gebracht, een stukje van de tombe af. In de schaduw achter één van de huizen staat een
provisorische tafel, een plank op wat paaltjes. Daar krijgen we allemaal een bordje in bouillon gekookte
rijst met varkensvlees. Er ligt een stuk vet met zwarte haren op mijn bord. Het is even
slikken, maar je kunt het niet afslaan. Toch krijg ik het niet helemaal op, net als de rest van de groep trouwens.
Dan begint de band te spelen, het
lijkt erg op jazz. We dansen wat en vertrekken met de band naar de graftombe.
De lijken liggen er al naast. Vier in doeken gewikkelde stapeltjes.
Er worden toespraken gehouden, het enige wat we verstaan is dat ze vertellen dat er
Vazaha (blanken) zijn. Wat ze verder over ons vertellen aan de doden zullen we nooit weten.
Maar het geeft niet, het is hun feest. En dat gaat maar door.... De drank vloeit rijkelijk, en ook de doeken krijgen regelmatig
een slokje. Na een paar uur dansen worden er nieuwe doeken om de lijken gewikkeld. Dan verzoekt men
ons om te gaan. Het terug leggen van de lijken doen ze liever in besloten kring.
Gelukkig maar want het duurde allemaal toch wel erg lang. We lopen terug naar de bus, die ons weer het
hotel in Antsirabe brengt. Diner besteld bij de italiaan. Er is nog tijd genoeg om even lekker
het stof weg te spoelen. De italiaan heeft heerlijke pizza, maar de geflambeerde banaan is
ronduit slecht. De rekening was een zooitje en hij weigerde per persoon af te rekenen.
Daarom hebben we zelf geteld en uiteindelijk hadden we veel meer als hij vroeg. De rest is
in de groepspot gestort.
Dag 6 Ambositra
Om half acht ontbijt in het hotel. De fietsen voor de stoere mannen staan om 8 uur klaar.
Erwin, Math, Wim, Alex en Tom krijgen een summiere routebeschrijving naar Lac Tritriva.
Later blijkt dat het te summier was, en niet helemaal correct. De afslag na ca 9 kilometer was na ruim 6, en er stond geen bordje bij.
Om 9 uur vertrekt de bus met de overige 12 reizigers.
Bij het meer aangekomen merken we dat de fietsers er niet zijn. Ook nadat we met een lokale gids een rondje om het kratermeer
zijn gelopen zijn ze er nog niet. Bovenop de oude vulkaan is er geen bereik, dus kan er niet gebeld worden.
Nadat we een stukje naar beneden zijn gereden lukt het om contact te krijgen. Ze hebben een
fiets zonder ketting en staan langs de hoofdweg, ver voorbij de afslag die ze hadden moeten hebben.
De bus gaat ze ophalen. De fiets van Math, met de kapotte ketting, gaat op het dak. De andere 4 fietsen terug naar het hotel.
Bij het hotel lunchen we op de stoep.
Daarna trekken we verder naar het zuiden.
Bij het dorpje Ikianja mogen we in een typisch malagasisch huis
kijken. Het is erg klein, beneden leeft het vee, boven is de slaapkamer voor de hele familie
en een keuken. In de slaapkamer zit ook nog een kip onder het bed van de ouders.
Alle kinderen slapen in het andere bed.
Niet veel verder naar het zuiden zien we een brug die is opgeblazen door de rebellen tijdens
een opstand in 2001. Door het opblazen van de brug werd zuid en noord van elkaar gescheiden.
Voor we bij het hotel in Ambositra aankomen gaan we natuurlijk eerst eten bestellen in restaurant
Violette. De reisbeschrijving geeft voor vanavond als beschrijving een sfeervol lokaal hotel.
We verwachten er niet veel van. Maar dat blijkt onterecht. De gekoppelde bungalows van Résidence Mahatsinjo zijn prachtig.
Even opfrissen en dan brengt Sacha ons met de bus naar het restaurant. De originele live muziek op een typisch
malagasy instrument kunnen we niet echt waarderen, maar het eten is wel lekker.
Sacha wil op tijd naar bed, dat betekent dus terug lopen.
Dag 7-8 Ranomafana Park
De ontbijtzaal is een open ruimte met een paar rieten matten die ons moeten beschermen tegen de kou. En om
half acht in de morgen is de zon nog niet zo warm. Dan maar een fleecetrui aan. Om 8 uur is Sacha bezig de zeiltjes (het zijn
2 kleine zeiltjes geworden) om de tassen te vouwen. Het duurt erg lang, we hebben er niet veel vertrouwen in dat het goed past.
Uiteindelijk vertrekken we toch en lijkt de bagage beschermd. Onze eerste stop vandaag is bij de
lokale markt van Ambositra. Leuk om een paar foto's te maken. Vervolgens rijdt de bus naar een werkplaats / winkel
waar houtsnijwerk wordt gemaakt. Erg mooi om te zien hoe het hout wordt gefiguurzaagd en ingelegd. We kopen een tableautje waarop
Baobabs staan afgebeeld. De hele groep is druk bezig souvenirs uit te zoeken en vervolgens over de prijs te onderhandelen.
Daardoor vertrekken we veel later dan gepland.
Een flink aantal kilometers verder zien we veel
mensen in de mooist gekleurde gewaden (de Betsileo). Er is in Camp Robin een markt waar de Betsileo hun inkopen
doen, we besluiten te stoppen en er een kijkje te nemen. Veel foto momentjes.
We lunchen bij een mooi uitzichtpunt langs de route. Er is een prachtige parkeerplaats met bankjes aangelegd, maar daar zit al een groep toeristen.
Dus wij gaan in het gras aan de andere kant van de weg eten. Snel na de lunch slaan we linksaf een gravelweg in.
De weg wordt vernieuwd en we kunnen aardig doorrijden. Totdat er een brug wordt gerepareerd, dat kan nog wel even duren.
We besluiten te gaan lopen en ons door Sacha op te laten pikken. Alleen Nico blijft in de bus.
We lopen en lopen en lopen, gelukkig wel bergafwaarts, maar nog steeds geen bus. Als ik een zeboe
wil fotograferen schrikt die en valt mij aan. Even schrikken, maar het valt mee. De zeboe trekt zich na
twee dreigingen weer terug. Inmiddels begint de zon onder te gaan en er komt nog steeds geen verkeer langs.
De scenario´s voor vreselijke koude nachten komen voorbij, precies tegelijk met de eerste vrachtwagens die
voor de brug stonden. Niet veel later stopt Sacha bij ons. Het is nog een heel eind naar het hotel, dat
hadden we niet gehaald vannacht. Als eerste natuurlijk eten bestellen en dan op zoek naar de bungalow.
Half acht eten wordt een traditie. De krabsoep is erg lekker. De rivierkreeft smaakt goed, maar er zit bijna geen vlees in.
En de crêpe toe hebben we nooit gehad.... Het leek wel alsof ze ons weg wilden hebben.
Dus gingen we nog even aan de bar zitten met een lokale rum (Dzama). Erg mild en lekker.
Om half acht is er ontbijt. Dorian heeft een extra luxe ontbijt besteld. Naast het bekende
stokbroodje jam is er ook yoghurt en een enorm zware croissant. Als alles op is gaan we richting
Ranomafana Park.
Daar splitst de groep zich in tweeën. Er is een wandeling van 3 uur en de anderen gaan 4 uur wandelen.
Maar we blijven elkaar tegen komen bij elke lemuur die we zien. We zien de gouden bamboe lemuur, de kleine
bamboe lemuur, de sifaka en de bruine lemuur.
Verder ziet de groep van 3 uur niet veel. De gids is veel minder goed als de gids in Perinet. Ze doet ook geen enkele moeite om iets te vinden.
We hadden net zo goed zelf de hoofdweg kunnen volgen. We lunchen in Domaine Nature. Het eten was goed en de rekening
is per persoon opgemaakt. Na de lunch rijden we terug naar ons hotel. Tijd om het diner te bestellen.
Nog even relaxen en om half vijf worden we alweer opgehaald voor de avondwandeling. In colonne lopen we naar
boven naar de plek waar de avonddieren komen. Al snel begrijpen we waarom ze komen, ze worden hier
gevoerd. Er is een ringstaartmangoest, een civetkat en een paar muislemuren.
 Het is een genante
vertoning, al die toeristen, die zich verdringen om een foto te maken van de dieren.
Op de terugweg hebben we nog een muislemuur gezien, niet door voedsel gelokt, een kikker, een kleine kameleon en een gekko.
Vanavond hebben we meer eten als gisteren, maar we kunnen het toch niet laten om nog een rum toe te nemen.
Lees de rest van onze ervaringen in Madagascar in deel 2: naar Ifaty.
|
|
|
|
|