|
Vrijdag 15 juli 2005
Ruim op tijd zijn we op Schiphol. Omdat Baobab de tickets sinds kort naar huis stuurt zien
we de groep pas in het vliegtuig. Al proberen we er wel mensen uit te pikken, welke kleding,
welke labels aan de bagage. Onze eerste vlucht Amsterdam - Londen vertrekt 45 min te
laat. Maar als we in Londen aankomen staat er achter onze vlucht naar Vancouver in plaats
van een gatenummer: Please Wait.Dat beloofd niet veel goeds! Na wat winkeltjes kijken
plopt er Gate 42 in beeld. Natuurlijk de gate die het verste weg is. Maar dat geeft niks,
want éénmaal aan boord blijkt dat we nog lang niet weggaan. Het is zo druk op Heathrow
dat het een uur kost voordat we aan de beurt zijn om te vertrekken. Het is een lange zit
naar Vancouver. Dan wordt omgeroepen dat iedereen door de douane moet, ook als je doorvliegt
naar de USA. We verwachten lange rijen, maar het valt reuze mee. We zijn al bij de
bagageband voordat de bagage er is. Iedereen moet ook met zijn tas door de douane. Maar dat gaat gelukkig even snel. De tassen verdwijnen weer
bij de transfer balie en wij gaan op zoek naar gate C32. Eerst moeten we onze handbagage laten scannen. En ja hoor, die van mij
is verdacht en wordt onderworpen aan een swap test. Ze vegen met een stukje tissue langs de
cameras en dan wordt het gemeten. Wat er gemeten wordt is me niet duidelijk, maar de uitslag
is goed en ik mag door. Na 2 uur vliegen zijn we in Whitehorse. Attila wacht ons daar
op. Hij ziet dat we doodmoe zijn en rijdt direct naar de hostel. In de Bonanza Inn is het
snikheet. Het open raam lijkt niet echt te helpen. Het feit dat het niet echt donker wordt
buiten ook niet trouwens. Uiteindelijk vallen we dan toch in slaap.
Zaterdag 16 juli.
Al heel vroeg zijn we wakker. Het is nog steeds licht buiten, maar toch veel te vroeg om op
te staan. Even zappen en daar is de Tour de France live op tv. Als de etappe afgelopen is gaan we naar beneden
om te ontbijten. Na het ontbijt vertelt Attila iets over de reis en dan hebben we de hele
dag vrij. Met een groot gedeelte van de groep lopen we richting het water van de Yukon
rivier. Een mooi wandelpad loopt langs de rivier. De eerste stop is het visitorcenter.
Nadat we wat informatie en kaarten hebben verzameld en een korte film bekeken gaan we
verder. Op de oever van de Yukon ligt de SS Klondike. Het is vandaag National Parks Day
en dat betekent taart voor de bezoekers! Dat verzacht de teleurstelling over een boot op
het droge enigzins. We lopen verder en komen er al snel achter dat de kaart niet klopt.
Je kan geen rondje lopen, dus moeten we terug en aan de andere kant verder richting
visladder. De zalmen zijn nog niet gearriveerd bij de langste houten visladder ter wereld.
Dus dan maar weer terug richting stad.
Bij de Subway kopen we een heerlijk broodje. Dat eten we buiten in het park op. Daar
wordt in het kader van een cultuur historische dag een dansje opgevoerd. Wel grappig,
maar zeker niet leuk genoeg om te blijven kijken. We lopen naar de brouwerij. Daar krijgen
we een korte rondleiding en daarna kunnen we alle soorten proeven die er gemaakt worden,
niet allemaal even lekker. Na een kort middagdutje gaan we eten bij de chinees.
Daarna lopen we nog een klein rondje door Whitehorse. Langs de saaie pioneers graveyard,
en de historische logchurch.
Zondag 17 juli
Eerst voor de laatste keer dit jaar naar de Tour de France gekeken. Hincapie wint en
Bogaard wordt vierde. Na het ontbijt vertrekken we voor een lange rit door de groene
bergen. Gelukkig stopt Attila regelmatig. De eerste stop is Fox Lake Burn, een bosbrand
verwoestte dit gebied in 1998.
Nu begint het weer op te bloeien. Dan stoppen we bij de 5 finger rapids, een prachtige
stroomversnelling. En niet zoals iemand had verstaan het vijf vingerige konijn (rabbit).
Nadat we naar het uitkijkpunt zijn gewandeld staat er lunch klaar bij de auto. En verder
maar weer, alleen maar groene bergen. Er moeten hier beren zitten maar die zien we niet.
Wel een vos. De campground in de Tombstone mountains is erg basic. Er is zelfs geen
stromend water. Toch weten we er een lekkere maaltijd op tafel te zetten. Net voordat het begint te regenen.....
Maandag 18 juli

Om 8 uur ontbijt. Pannenkoeken met aardbeien en banaan. Verse grapefruit. Kortom een
royaal ontbijt. Daarna rijden we naar een uitkijkpunt waar je Mt. Tombstone goed kunt
zien liggen. Iets verderop gaan we wandelen. Even na de middag zijn we weer terug op de
camping. Iedereen gaat zijn eigen gang. Wij gaan een stukje wandelen via de highway naar
een beverdam. 's Avonds voor de pasta wordt er een film over beren vertoond. Er wordt
duidelijk op gehamerd dat beren gevaarlijk zijn en hoe je een aanval van een beer moet
voorkomen. Laat de beren nu maar komen, we kunnen bijna niet meer wachten.

Dinsdag 19 juli
Vanmorgen voor het eerst kamp opgebroken en dat ging redelijk snel. Het kwam vast door de eieren met
spek als ontbijt.
We rijden de Dempster Highway terug. Aan het begin van die weg staat een bord waarbij we de groepsfoto
maken. Pas als we bij de winkel op de kruising wat gaan kopen merkt Hilde ook dat we dezelfde weg terug zijn gereden.
We komen in een gebied met goudmijnen. Eerst bezoeken we Dredge nr 4 en dan rijden we naar het uitkijkpunt boven Dawson.
De stad is niet echt groot, zeker het oude centrum niet. En we hebben het dan ook snel gezien als we die middag vrij hebben.
Mooi weer, dus lekker een terras opzoeken en wat drinken.
De camping ligt aan de overkant van de Yukon rivier. De eigenaar heeft een mooi badhuis gemaakt, waar je zelf vuur moet maken
om warm water te hebben.
Na het eten gaan we de stad in. Alles draait hier om de 'Gold days'. In een bar kun je een sourtoe cocktail drinken,
volgens de legende ligt er een echte teen onder in je glas. Er moet 10 dollar voor betaald worden en er staat een enorme rij.
Dat is ons veel te toeristisch. Geef ons maar gewoon een biertje. We gaan wel naar de show bij Diamond Tooth Gerties.
Een leuke show die je doet denken dat je in de tijd van de goudkoorts terug bent. Na de show nemen we nog een drankje en
dan gaan we met de pont terug naar de camping. Het is een koude nacht.
Woensdag 20 juli
Vandaag is het een lange reisdag. We rijden over de Top of the World Highway door een prachtig stuk natuur. We zien onderweg
drie elanden en een vos met een prooi in zijn bek. In het plaatsje Chicken stoppen we om wat souvenirs te kopen of wat te drinken.
Chicken is een heel klein plaatsje met alleen
een winkeltje, een bar en een drankenwinkel. Het toilet voor het hele dorp staat naast de winkel. Er is geen stroom en geen
telefoon in Chicken. De plaatsnaam is misschien vreemd maar de verklaring ervoor is wel leuk. De goudzoekers die de plaats
stichtten wilden het noemen naar een loopvogel die hier veel voorkomt, de ptarmigan.
Maar niemand wist hoe je dat precies moest schrijven, daarom werd het chicken.
De volgende plaats waar we kort stoppen heet Tok. Dat heeft niks met de kip te maken, maar klinkt in onze oren best leuk.
In Tok wordt getankt en gaan we even in een klein streekmuseumpje kijken. De laatste tussenstop voordat we in Fairbanks
aankomen is Rika's Roadhouse, een oud motel/wegrestaurant. Na het eten wordt het erg koud dus gaan we vroeg de slaapzak in.
Lees hoe het verder gaat in deel 2
|
|
|